Veelgestelde vragen
1. Is het zinvol om zo kort na de ruilverkaveling Mergelland West weer een landinrichtingsproject te starten?
Tijdens de ruilverkaveling Mergelland West zijn er verbeteringen bewerkstelligd op het gebied van kavelstructuur, landschappelijke aankleding en anti-erosiemaatregelen. Ontwikkelingen op het gebied van landinrichting staan echter niet stil. Zo is in opdracht van Provincie Limburg de Landschapsvisie Zuid-Limburg gemaakt en ontwikkelde gemeente Margraten een Landschapsontwikkelingsplan voor de gemeente. klimaatwijzigingen zorgen er voor dat het Waterschap nieuwe maatregelen moet treffen tegen wateroverlast en erosie. En ook al relatief kort na de laatste ruilverkaveling zien agrariërs toch nog mogelijkheden hun verkavelingssituatie te verbeteren. Daarnaast willen steeds meer mensen recreëren in het buitengebied. Genoeg aanleiding om nog eens naar het gebied te kijken en te bezien of er kansen liggen die kunnen worden verzilverd.
2. Is de vrijwilligheid van de kavelruil gegarandeerd?
De insteek van de provincie en de gebiedscommissie is om de doelen met vrijwillige kavelruil te realiseren. Dat is ook het uitgangspunt van het project. Het is echter niet helemaal uitgesloten dat er in een later stadium alsnog wordt gekozen voor een wettelijk traject. Dit kan het geval zijn als belangrijke doelstellingen niet gerealiseerd kunnen worden op basis van vrijwilligheid. Het wettelijke traject biedt dan meer mogelijkheden. Bijvoorbeeld door grond aan te kopen op basis van volledige schadeloosstelling
3. Hoeveel ha wordt aan de landbouw onttrokken voor publieke doelen?
In de projectnota wordt een oppervlakte genoemd van 29 ha. Dit is met name grond die bestemd is voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), bos en landschapselementen en anti-erosiemaatregelen. Dit is een eerste inschatting. Bij de nadere uitwerking in het inrichtingsplan worden de oppervlaktes verder aangescherpt.
4. Waarom wordt er door BBL meer grond gekocht dan strikt nodig is voor het realiseren van de publieke doelen?
Het is de bedoeling dat door het ruilproces de verkavelingssituatie verbetert en dat er op de juiste plek grond beschikbaar komt voor publieke doelen. Dit ruilproces gaat makkelijker als er meer ruilgrond wordt ingezet. Bovendien wordt onderzocht of er ten zuiden van het Herkenradergrub ook mogelijkheden zijn voor een integrale herverkaveling. Hier ligt het project ‘Altembroek’ Het is denkbaar dat er tussen deze twee gebieden ruilmogelijkheden zijn.
5. Wie zijn benaderd bij de wenseninventarisatie?
Bij de wenseninventarisatie zijn agrariërs benaderd die in de BRP 2007 aangaven grond in het plangebied te gebruiken. Niet al deze agrariërs zijn echter benaderd. Alleen degenen die de grond daadwerkelijk gebruiken én ofwel regulier pachter zijn ófwel eigenaar zijn. Daarnaast zijn drie relatief grote grondeigenaren bevraagd.
6. De gebruikers met kortdurende pacht hebben ook een belang bij de ontwikkelingen in het gebied. Worden hun wensen niet meegenomen?
De percelen waar kortdurende pachters gebruik van maken, kunnen van jaar tot jaar wisselen van gebruiker. Het is nu te vroeg om de wensen van deze gebruikers mee te nemen. Later in het proces krijgen ook zij de kans hun wensen kenbaar te maken.
7. Wanneer worden de overige gebruikers en bewoners van het gebied geïnformeerd?
De begeleidingsgroep besloot de voorgestelde maatregelen eerst verder uit te werken. Daarna organiseert de begeleidingsgroep een voorlichtingsbijeenkomst voor een breed publiek. Deze bijeenkomst komt waarschijnlijk in het voorjaar van 2009.
8. Welke kosten zijn er verbonden aan de ruilverkaveling en is er sprake van korting?
Er is geen sprake van korting, zoals bij de traditionele landinrichtingsprojecten (bv. Mergelland West), omdat er sprake is van vrijwillige kavelruil. In geval een kavelruil geen publiek doel dient, maar dient tot verbetering van de kavelpositie, zijn er voor de landbouwer wel kosten verbonden aan de ruil. Deelnemers aan een dergelijke ruil betalen naar rato 10% van de notaris- en kadasterkosten tot een maximum van €124 per toebedeelde hectare.
9. Waarom is het nodig om speciale maatregelen tegen erosie te treffen? De nieuwe erosieverordening bepaalt toch dat alle boeren hun werkwijze moeten aanpassen of maatregelen moeten treffen?
De erosieverordening heeft tot doel om erosie, die in zijn algemeenheid wordt veroorzaakt door afstromend water op landbouwpercelen, te verminderen. Dit is echter niet voldoende om alle overlast tegen te gaan. Voor punten waar grote hoeveelheden water bij elkaar komen, heeft het waterschap een verantwoordelijkheid het afstromende water in goede banen te leiden. Dit doet het waterschap dan door de aanleg van bijvoorbeeld grasbanen of buffers.
10. Er worden voorstellen gedaan voor de aanleg van landschapselementen. Maar is er ook aandacht voor het beheer hiervan?
De integrale gebiedsuitwerking Herkenradergrub is met name een inrichtingsproject. In het project zelf is geen geld bestemd voor het beheer van landschapselementen. Daarvoor zijn andere bronnen beschikbaar. Denk aan de subsidieregelingen voor natuur en landschap (PSAN en PSN, vanaf 2010 Subsidieregeling Natuur en Landschap) en regelingen die het waterschap aanbiedt. Ondanks dat er voor beheer geen geld beschikbaar is in het project, wordt er in het inrichtingsplan aandacht aan besteed. Er worden voorstellen gedaan voor wie elementen gaat beheren. Hierbij wordt ook de mogelijkheid om elementen te laten beheren door agrariërs (groen-blauwe diensten) betrokken.